|
Duizenden kunstwerken in Nederlands openbaar bezit, van Vermeers
Liefdesbrief tot Jeroen Bosch’ Verloren Zoon, zijn verworven ‘met
steun van de Vereniging Rembrandt.’ Wat dat betekent, en hoe dat in
zijn werk ging en nog altijd gaat, daarover vertelt dit boek. Het
verschijnt bij de lustrumtentoonstelling 125 grote liefdes - met
steun van de Vereniging Rembrandt, tot en met 18 januari te zien
in het Van Gogh Museum in Amsterdam.
Het boek laat zien hoe de Vereniging het Rijksmuseum Amsterdam in
1900 hielp bij het kopen van zijn eerste Rembrandt, maar ook dat het
niet bleef bij de zorg om behoud en terugkeer van het artistieke
erfgoed. Het verzamelen van andere oude en niet-westerse kunst werd
later even enthousiast gesteund, en na de Tweede Wereldoorlog gold
dat ook voor de moderne kunst.
Bij haar oprichting in 1883 verdubbelde de Vereniging op een enkele
avond het aantal tekeningen in het Rijksprentenkabinet van het
Rijksmuseum. Ter gelegenheid van haar honderdste verjaardag steunde
zij het Stedelijk Museum in Amsterdam met de verwerving van twee
schilderijen van De Kooning. Zo jong is het Nederlands openbaar
kunstbezit, en zo vitaal is de Vereniging Rembrandt. Haar
geschiedenis is ook een geschiedenis van smaak, beleid en mecenaat,
en avontuurlijk bovendien.
|